Inhoud

    1. Een Amsterdamse oudgediende krijgt een nieuwe jasje in het noorden
    2. De ‘Klank tussen hemel en aarde’ leeft voort met de 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’
    3. Een oorbaar orgel voor de tentoonstelling ‘Maarschalkerweerd geëxposeerd’
    4. Het Atelier van Michaël Maarschalkerweerd
    5. De Orgelgeschiedenis van de St. Catharinakathedraal in Utrecht
    6. Michaël Maarschalkerweerd: bevlogen klankkunstenaar
    7. Dé klank tussen hemel en aarde
    8. Galante klanken in de Gasthuiskapel
    9. Het geheim van de St. Hildegardiskerk
    10. Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 informatiebijeenkomst
    11. Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 persbijeenkomst

www.maarschalkerweerd.info

Maarschalkerweerd & Zoon Facebook-pagina

 

Een Amsterdamse oudgediende krijgt een nieuw jasje in het noorden

[Philip van den Berg] Op 23 december 2010 was ik te gast bij Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom. Na een kop kofie en het raadplegen van enige stukken in het firma-archief, nam Olaf Vugs mij mee na de werkplaats en de ruime zolder van de orgelmakerij. Hier was ik in de gelegenheid dat windlade en het pijpwerk van het Maarschalkerweerd-orgel in de St. Bonifatiuskerk te Wehe-den Hoorn nader te bekijken. Omdat het orgel nog in een vroeg stadium van opbouw was, had ik goed zicht op het binnenwerk. Tevens heb ik het pijpwerk gefotografeerd en met name de door Maarschalkerweerd geplaatste registers. Het was een donkere dag; omdat ik zonder statief fotografeerde en het gebruik van de flits zo veel mogelijk wilde vermijden, hebben de meeste foto’s een wat groffe korrel.

Ronald van Baekel vertelde mij dat op basis van een foto uit het Gemeente Archief Amsterdam een kast was ontworpen, die deels doet herinneren aan de situatie in het Maagdenhuis, en tevens past in de 20e eeuwse architectuur van de Bonifatiuskerk. Het meubel was echter niet in de werkplaats in Hillegom opgesteld. Voor een foto van deze kast klik hier.

alle foto’s: Philip van den Berg – mogen met bronvermelding gebruikt worden

www.maarschalkerweerd.info

Maarschalkerweerd & Zoon Facebook-pagina

Een oorbaar orgel voor de tentoonstelling ‘Maarschalkerweerd geëxposeerd’

[Philip van den Berg – 23 juni 2015] Inmiddels is de opbouw van het orgel door Elbertse Orgelmakers afgerond en is het instrument gestemd. Het resultaat mag er zijn: zowel optisch als met haar krachige, warme klank harmonieert het orgel uitstekens in haar nieuwe, tijdelijke omgeving. Met dank aan de Nicolaïkerk, de St. Mauritiuskerk de Rheden en Jos en Hans Elbertse.

IMG_6119 IMG_6123 IMG_6118

[Philip van den Berg – 19 juni 2015] Vandaag zijn Jos Elbertse en collega Richard begonnen het orgel op te stellen. Na een halve dag stond de kast (zonder panelen en frontpijpen) en waren de balgen, de wellenborden, de manuaalklaviatuur en de windlade geplaatst.

 IMG_6059 IMG_6068 IMG_6085

IMG_6067 IMG_6071 IMG_6074 IMG_6078 IMG_6087 IMG_6063

[Philip van den Berg – 31 mei 2015] In het kader van het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 vindt van 27 juni tot en met 13 september in de Utrechtse Nicoläikerk de tentoonstelling ‘Maarschalkerweerd geëxposeerd’ plaats. Hiertoe stellen Elbertse Orgelmakers, hoofdsponsor van het herdenkingsjaar, en de Rooms Katholieke parochie Rheden welwillend een bespeelbaar historisch orgel van deze bouwer beschikbaar. Reden om dit instrument onder de aandacht te brengen en een aandacht te vragen voor een restauratie die het orgel weer in de originele staat moet brengen. Een aangepaste versie van dit artikel verschijnt in de Orgelvriend van juli/augustus 2015.

Eind 19e eeuw wordt het aantal parochianen van de O.L.V. ten Hemelopnemingkerk aan de Biltstraatkerk te Utrecht te groot. Daarom wordt besloten De Bilt van een eigen kerkgebouw te voorzien, dat in 1894 in gebruik kan worden genomen en 200 zitplaatsen telt. Verschillende kunstenaars van het St. Bernulphusgilde zijn verantwoordelijk voor ontwerp en inrichting. Alfred Tepe tekent het gebouw, Otto Mengelberg verzorgt de ramen en de beschildering van het priesterkoor, Friedrich Wilhelm Mengelberg restaureert de op een veiling verkregen 18e eeuwse communiebanken en Michaël Maarschalkerweerd levert het orgel, zij het blijkens het bedrijfsarchief pas in 1908 (sommige bronnen noemen 1911 als het jaar van de ingebruikname). Het krijgt de onder aan dit artikel vermelde dispositie, een winddruk van 74 mm en een fraaie eiken neogotische kast, welke veel lijkt op die van het jubée-orgel uit 1874 in de St. Catharinakathedraal te Utrecht.

Wanneer eind jaren 1930 ook deze kerk te klein is geworden, begint men plannen te maken voor een nieuw onderkomen. In 1955 verrijst naast het oude gebouw de nieuwe St. Michaëlkerk naar een ontwerp van archictectenbureau Koldeweij uit Voorschoten. Dat zelfde jaar plaatst de fa. J.J. Elbertse & Zoon daar een nieuw twee klaviers instrument. Het Maarschalkerweerd-orgel wordt naar de St. Mauritiuskerk in Rheden overbracht waar later de dispositie enigszins wordt gewijzigd.

Toen deze kerk recent haar deuren moest sluiten, werd het orgel in afwachting van een nieuwe bestemming opgeslagen bij de orgelmakers Elbertse in Soest. Deze zullen het gedurende genoemde tenstoonstelling kostenloos speelbaar opstellen in het koor van de Nicolaïkerk. Tevens zal de oorspronkelijke dispositie door hen in ere worden hersteld. Hoe u als lezers van de Orgelvriend deze restauratie financiëel kunt ondersteunen leest u binnenkort op http://www.maarschalkerweerd.info.

Rheden Sint Mauritiuskerk 1
Het orgel op de galerij in Rheden – Foto: Janco Schout ©

Manuaal: C-f”’
Prestant 8 vt C-H open, hout, buiten lade afgevoerd; rest metaal: c-g’ in front, gis’-f”’ op lade
Holpijp 8 vt B/D; gedekt, C-H hout, rest metaal; discant registerknop vermeldt ‘Fluit travers 8 vt’
Viola di Gamba 8 vt af c; 1971 afgezaagd tot Nazard 2 2/3, opgeschoven, deels van stemringen voorzien
Salicionaal 4 vt geheel open
Fluit 4 vt C-h hout, gedekt, rest open, metaal, 1971 deels van stemringen voorzien

Pedaal: C-d’
aangehangen

Het bedrijfsarchief van de Firma Maarschalkerweerd & Zoon vermeldt dat de Fluit 4 vt dat dit register geheel hout en gedekt is. Dat is aannemelijk omdat Michaël Maarschalkerweerd op een klavier nooit uitsluitend twee open vier-voets registers plaatste. De factuur van het nog aanwezig houten groot en klein octaaf doet denken aan Laukfhuff. Het gebruik van een geheel houten factuur past in de oriëntatie op de zuidduitse orgelbouw die we in het eerste decennium van de vorige eeuw bij Michaël Maarschalkerweerd aantreffen. Mogelijk is het metalen pijpwerk op een later tijdstip geplaatst. De pijp c’ heeft de insripctie ‘Cornet’, zodat dit eventueel een viervoets koor van dit register uit een ander orgel of uit voorraad betreft. De rond 1971 over de expressions aangebrachte stemringen van c” tot f”’ kunnen er op duiden dat dit een ouder register betreft. Nader onderzoek zal hier uitsluitsel moeten brengen.

Gebruikte bronnen:

  • reliwiki
  • Gedenkboekje W. Elsing, 2003
  • Dispositieboekje fa. J.J. Elbertse & Zoon
  • Bedrijfsarchief firma Maarschalkerweerd & Zoon
  • Inventarisatie Bart van Buitenen 2007 voor de Orgelencyclopedie

Rheden Sint Mauritiuskerk 3
De kast lijkt op die van het voormalige jubée-orgel in de St. Catharinakathedraal te Utrecht – foto: Janco Schout ©

www.maarschalkerweerd.info

Maarschalkerweerd & Zoon Facebook-pagina

Het Atelier van Michaël Maarschalkerweerd

[Philip van den Berg] Op 27 februari, de 100-ste sterfdag van de orgelmaker Michaël Maarschalkerweerd, werd voor het openingsconcert van het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 in de St. Catharinakathedraal een gedenkbord onthuld voor de binnenplaats van het Museum Catharijneconvent. Daar bevond zich vanaf 1882 de ingang van het atelier van de firma Maarschalkerweerd & Zoon. De tekst en de foto’s op dit herdenkingsbord zijn afgeleid van onderstaand artikel dat ik op 28 juli (eerste versie) en 10 November 2014 (gecorrigeerde versie) aan genoemd museum heb  toegestuurd ter ondersteuning van de aanvraag een herdenkingsbord te plaatsen, waaraan de museummedewerkers Douwe Wigersma en Pia Verhoeven vervolgens op voortreffelijke wijze invulling hebben gegeven. De onthulling vond plaats door Mariek van Schijndel, directrice van het Mueum Catharijneconvent, Mgr. Herman Woorts, hulpbisschop van Utrecht en plebaan van de St. Catharinakathdraal en het voltallige bestuur van de Stichting Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 bestaande uit Paul Houdijk, Cintha de Vreede, Ton Mulder en de auteur van dit artikel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA

afbeelding 1 & 2: de onthulling van het gedenkbord op 27 februari 2015
foto’s: Jan Albert Wiebenga

Het Atelier van Michaël Maarschalkerweerd – Een informatiebord waard
Philip van den Berg (voorzitter Stichting ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’), 10 november 2014

Geschiedenis

Vanaf haar oprichting in 1869 is Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915) dé orgelmaker van het St. Bernulphusgilde, een kunstenaarscollectief dat de bouwstijl van ‘de Utrechtse School in de neogotiek’ voorstond en in Utrecht en daarbuiten vele kerken bouwde en inrichtte. Volgens Paul Houdijk[i] vestigt Maarschalkerweerd zich na z’n huwelijk met Elisabeth van Groeningen op 5 oktober 1875, in het statige pand aan de Zuilenstraat 14, ook aangeduid met Wijk A, perceel 579, te Utrecht. Hiermee bevindt hij zich midden in het beslissingscentrum van de Rooms Katholieke Nederlandse kerkprovincie. Hij verneemt vroegtijdig waar nieuwe kerken en kapellen komen en waar dus nieuwe orgels nodig zijn of bestaande instrumenten moeten worden omgebouwd. In 1872 levert hij een fraai orgel voor de St. Dominicuskerk aan de Mariaplaats te Utrecht dat allom geroemd wordt en een eerste doorbraak betekent. De zaken lopen zo voorspoedig, dat hij in 1882 de orgelmakerij van ‘Maarschalkerweerd & Zoon’ van de oude werkplaats op ‘t Hoogt naar een nieuw onderkomen kan verhuizen. In de de achtertuin van Zuilenstraat 14, juist op de grens met het huidige Catharijneconvent verrijst een nieuwe atelier dat op een kapel lijkt. Op een luchtfoto uit 1966 in bezit van het Utrechts archief is het tussen het pand Zuilenstraat 14 en het koor van de St. Catharinakathedraal duidelijk zichtbaar. Het is in dit atelier dat Michäel Maarschalkerweerd z’n orgelmakerij uitbouwt tot de grootste en meest toonaangevende van Nederland. In de decennia die volgen vervaardigt hij er met zijn werknemers meer dan 100 instrumenten voor kathedralen, stads- en dorpskerken, kloosters, concertzalen en particulieren. Vanwege ziekte stelt hij in 1913 z’n meesterknecht Cornelis Hermanus van Brussel (1861-1935) aan tot medevennoot. Deze verhuist met z’n gezin mogelijk in hetzelfde jaar al naar het pand Zuilenstraat 14 en blijft daar na de dood van Michaël Maarschalkerweerd in 1915 wonen. In 1921 neemt de gemeente Utrecht het pand inclusief het orgelatelier over en wordt er een stadskantoor gevestigt. Waar de verdere lotgevallen van het woonhuis bekend zijn, weten we relatief weinig over het atelier na 1921. Eind jaren ’60 blijkt het in gebruik als opslag en werkplaats voor het Aartbisschoppelijk Museum in het voormalige St. Catherijneklooster. Ooggetuigen melden dat zich in het ronde venster boven in de voorgevel een davidster bevond en dat het gebouw in de omgeving mogelijk daarom bekend stond als ‘de Synagoge’. Onderzoek naar de oorsprong van deze naam heeft nog niets opgeleverd.

Locatie en omvang

Uit tekeningen en foto’s, die ik de afgelopen jaren heb weten te achterhalen, blijkt dat de voorgevel van het atelier op het huidige terrein van het Catharijneconvent was gesitueerd en wel ter hoogte van de voorgevel van het timmermanshuisje en pal daar tegen aan. Het grootste deel van het atelier stond echter in de achtertuin van Zuilenstraat 14, op ongeveer 15 meter afstand van het woonhuis, zodat Michäel Maarschalkerweerd snel ter plekke kon zijn. Op een bestektekening uit 1952 voor de ombouw van het pand Zuilenstraat 14 is de omtrek van het voormalige atelier duidelijk weergegeven (zie afbeelding 3). Met behulp hiervan kunnen de externe maten worden afgeleid tot 7 1/2 meter breed bij 9 1/2 meter diep. Op grond van andere tekeningen en foto’s kan de hoogte worden geschat op zeker 8 meter. In 1974, de ombouw van het voormalige St. Catharinaklooster-complex is in volle gang, wordt een dia gemaakt die de positie van het atelier duidelijk weergeeft (zie afbeelding 4). Het pand lijkt in redelijke staat, hoewel de vensters zijn dichtgemetseld. Links is het timmermanshuisje zichtbaar, rechts twee doorgangsdeuren, een smalle naar de achterzijde van het atelier en een brede naar de achtertuin van Zuilenstraat 14. Boven de smalle deur stond oorspronkelijk ‘Maarschalkerweerd & Zoon’ geschreven, boven de ingang van het atelier ‘KERKORGELS’. Kort hierna is pand roemloos ten onder gegaan. Schijnbaar onbewust van haar cultuurhistorische waarde heeft men het afgebroken en herinnert momenteel niets meer aan bijna 40 jaar orgelbouwers ‘Maarschalkerweerd & Zoon’. Genoemde teksten zijn zichtbaar op de bekende foto van Michaël Maarschalkerweerd en personeel die rond 1900 moet zijn gemaakt. Met een recent ter plekke gemaakte foto bleek de locatie van deze groepsopname eenvoudig te reconstrueren. (Zie fotomontage van afbeelding 5)

MaarschalkerweerdAtelier02afbeelding 3 – plattegrond uit 1952 van het pand Zuilenstraat 14 met in de tuin het als ‘kapel’ aangeduide voormalige atelier van de firma Maarschalkerweerd & Zoon
foto: Het Utrechts Archief

In het atelier

In 1891 vestigt Michaël Maarschalkerweerd met z’n grootste instrument in het Concertgebouw te Amsterdam definitief z’n naam als Nederlands eerste, boven de kerkelijke denominaties verheven, orgelmaker. Bouwt hij tot dan toe hoofdzakelijk voor rooms-katholieke opdrachtgevers, spoedig volgen belangrijke opdrachten van protestante klanten voor zowel nieuwbouw als restauratie. Zo mocht de firma ‘Maarschalkerweerd & Zoon’ de instrumenten van de St. Bavokerk in Haarlem, de Nieuwe Kerk te Amsterdam en de Eusebiuskerk te Arnhem reviseren. Het atelier van Michaël Maarschalkerweerd staat altijd open voor klanten, adviseurs en betrokkenen. We lezen in de orgelbladen van die tijd over bezoeken van onder meer Cornelis Immig jr, Jos Verheijen en de Utrechtse organist Willem Petri. Zij zien dat ook grote orgels geheel konden worden opgesteld in de hoge ruimte. Belangrijke instrumenten die het atelier achter de Zuilenstraat 14 verlaten gaan onder meer naar de de Cyriacus & Franciscuskerk te Hoorn (1883), de Allerheiligst Hartkerk te Rotterdam (1884), de Franciscus van Assisikerk te Oudewater (1887), de Dominicuskerk te Nijmegen (1888), de Martinuskerk te Doesburg (1889), de Petrus & Pauluskathedraal te Paramaribo (1890), de Johannes de Doperkerk te Oosterhout (1890), de Martinuskerk te Sneek (1891), het Concertgebouw te Amsterdam (1891), de Maria van Jessekerk te Delft (1893), de O.L.V. kerk de ‘Peperbus’ te Zwolle (1896), de Anthoniuskerk te Rotterdam (1898), de NH Augustijnenkerk te Dordrecht (1899), de Lambertuskerk te Rotterdam (1900), de Martinuskathedraal te Groningen (1900), de Jacobuskerk te ‘s-Hertogenbosch (1900), de Evangelisch-Lutherse kerk te Zaandam (1900), de Catharinakathedraal te Utrecht (1903), de Remonstrantse kerk te Utrecht (1905), de Augustijnenkerk te Eindhoven (1906), de Jozefkathedraal te Groningen (1906), de St. Pancratiuskerk te ‘s-Heerenberg, de Nicolaaskerk te IJsselstein (1908) en de St. Plechelmusbasiliek te Oldenzaal (1909).

MaarschalkerweerdAtelier03

afbeelding 4 – opname uit 1974 van het voormalige atelier van de firma Maarschalkerweerd & Zoon vlak voor de afbraak van het karakteristieke gebouw
Foto: Aartbisschoppelijk Museum, verkregen via Casper Staal

Een gedenkteken

Het orgelconcept van Michaël Maarschalkerweerd wordt ook wel aangeduid met ‘Het moderne Nederlandse orgel’[ii]. Dit heeft tot aan de Tweede Wereldoorlog navolging gevonden bij het meerendeel van de vaderlandse orgelmakers en is daarmee bepalend geweest voor de Nederlandse orgelbouw tussen 1870 en 1940. Het is inmiddels de algemene overtuiging in de orgelwereld, dat het oeuvre van Michaël Maarschalkerweerd zich duidelijk onderscheidt van z’n tijdgenoten. Opvallend zijn de harmonische warme klank, de doordachte opzet, de degelijke constructie en de evenwichtige kastontwerpen, waardoor er grote muzikale en cultuurhistorische waarde aan kan worden toegekend. Waar de naam ‘werkplaats’ de nadruk legt op produktie, en de rond 1900 graag gebezigde term ‘orgelfabriek’ thans een verkeerde indruk geeft van de toenmalige handmatige orgelbouw, is de term ‘atelier’ het meest toepasselijk voor de ruimte waarin van Michaël Maarschalkerweerd zijn orgelbouw ‘bedreef’. Ze verwijst naar het scheppen van kunst en naar grote creativiteit, iets wat deze Utrechts orgelbouwer zeker niet onzegd kan worden. Hij bezat iets bijzonders, wat andere orgelbouwers niet hadden: met z’n mensuren en intonatie wist hij een volkomen klank te creeëren die ook vandaag nog bij de toehoorders gevoelens van harmonie, schoonheid, eerbied en vreugde oproept. Daarom is het, helaas net voor de herwaardering van de romantische orgelkunst, afgebroken atelier van grote cultuurhistorische betekenis. Had het overleefd, was het vandaag een toegevoegde waarde voor het Catherijneconvent en mogelijk zelfs het tehuis voor een nationaal orgelmuseum geweest. In 2015 is het 100 jaar geleden dat Michaël Maarschalkerweerd na een tweejarig ziekbed afscheid van z’n atelier, z’n orgels, z’n werknemers en z’n geliefde kathedraal moest nemen. De stichting ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’ acht dit een uitgelezen kans, om Nederland te herinneren aan het scheppend vermogen van deze Utrechter. Waar nu een gat gaapt tussen het voormalige St. Catharinaklooster en het timmermanshuisje, klonken ooit schaven, zagen, hamers en kregen orgelpijpen hun klank onder de aanwijzingen van houtbewerkers, pijpgieters, knechten, leerlingen en van de als voorman meewerkende patroon Michaël Maarschalkerweerd zelf. Om de herinnering hieraan nieuw leven in te blazen, mag een informatiebord op de plek van het atelier niet ontbreken. Ik denk aan de groepsfoto en een beschrijving van de bijdrage die ‘Maarschalkerweerd & Zoon’ aan de Nederlandse orgelkunst hebben geleverd. En wat kan er toepasselijker zijn dan dit te onthullen op 27 februari, de 100-ste sterfdag van Michaël Maarschalkerweerd, in het kader van het openingsconcert van het herdenkingsjaar, dat dan in de kathedraal zal plaatsvinden?

MaarschalkerweerdAtelier04

Afbeelding 5 – Fotomontage van de binnenplaats van het Museum Catharijneconvent met daarin een tekening van het atelier en de bekende personeelsfoto
Foto & fotomontage: Philip van den Berg

[i] Paul Houdijk, Maarschalkerweerd & Zoon – in kerkorgels; Houten; 1 oktober 2008, pag. 16

[ii] Philip van den Berg, Het moderne Nederlandse orgel in Zwolle; in: De Orgelvriend, december 2006

www.maarschalkerweerd.info

Maarschalkerweerd & Zoon Facebook-pagina

De Orgelgeschiedenis van de St. Catharinakathedraal in Utrecht

Tekst programmaboekje openingsconcert ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’ St. Catharinakathedraal te Utrecht, 27 februari 2015 – Philip van den Berg, initiator en voorzitter Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015.

In de geschiedenis van de St. Catharinakathedraal komen zeven orgels voor. Op een schilderij van Pieter Saenredam uit 1636, toen de kerk bij de protestanten in gebruik was, zien we aan de noordmuur van het zuidertransept een klein gotisch instrument. Een ander klein orgel, vermoedelijk afkomstig uit de oude O.L.V. schuilkerk aan de Dorstige Hartsteeg, moet rond 1841-42 op de toenmalige orgelgalerij achter in de kerk zijn geplaatst. Het had zeven stemmen en dook in 1902 in Utrechtse St. Josephkerk op, waar het tot 1919 dienst deed (bron: Rogér van Dijk). Een derde orgel bevond zich tussen 1874 en omstreeks 1964 op het fraaie doksaal of jubée van Friedrich Wilhelm Mengelberg (1837-1919) aan de ingang van het koor. Het éénklaviers instrument van Maarschalkerweerd & Zoon had vijf stemmen en trof ik onlangs in gehavende staat aan in de Église St. Denis te Senlisse bij Parijs. Het is de hoop dat zowel het waardevolle doksaal, dat momenteel tegen de oude orgelgalerij is geplaatst, als het nog altijd bijzonder fraai klinkende jubée-orgel, ooit hun oorspronkelijke plaats weer mogen innemen. In 1903 volgde het hieronder beschreven hoofdorgel van Maarschalkerweerd & Zoon, in 1971 het kabinetorgel van een onbekende bouwer in de Vredeskapel, vervolgens het in 1979 door J.J. Elbertse & Zn gebouwde kistorgel en in 2012 het Gray-koororgel.

Maarschalkerweerd-jubéé-orgel St. Catharinakathedraal Utrecht

Het jubée met het Maarschalkerweerd-koororgel uit 1874, gefotografeerd in 1919. foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

In het bedrijfsarchief van de firma Maarschalkerweerd & Zoon bevinden zich drie ongedateerde dispositieopgaven voor de St. Catharinakathedraal. Deze zijn mogelijk opgesteld rond 1878, het 25-jarig jubileum van het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. Één voorstel betreft een iets forsere uitvoering van de tweeklaviersdispositie van 1903 met beduidend meer tongwerken. Het is echter een tweede dispositie die interesse wekt: een drieklaviers orgel met 41 stemmen, waar onder negen tongwerken:

  • Pedaal: Open Subbas 16 vt, Gedekt 16 vt, Octaaf 8 vt, Gedekt 8 vt, Octaaf 4 vt, Bazuin 16 vt, Trombone 8 vt, Clairon 4 vt
  • Grootmanuaal: Prestant 16 vt, Bourdon 16 vt, Octaaf 8 vt, Bourdon 8 vt, Flûte harmonique 8 vt, Violon 8 vt, Prestant 4 vt, Flûte octaviante 4 vt, Octaaf 2 vt, Mixtuur III-V, Cornet V, Basson 16 vt, Trompet 8 vt, Clairon 4 vt
  • Tweede Manuaal: Gedekt 16 vt, Prestant 8 vt, Roerfluit 8 vt, Salicionaal 8 vt, Octaaf 4 vt, Roerlfuit 4 vt, Nazard 3 vt, Wouldfluit 2 vt, Mixtuur III, Trompet 8 vt
  • Derde Manuaal: Holpijp 8 vt, Viola di Gamba 8 vt, Fluit travers 8 vt, Quintadeen 8 vt, Flûte octaviante 4 vt, Salicet 4 vt, Piccolo 2 vt, Basson Hobo 8 vt, Clarinet 8 vt

De kosten hiervoor bedragen exclusief kast fl 22.000 een bedrag dat hoogstwaarschijnlijk buiten het financiële bereik van de kathedraal lag. Zo kwam het grote orgel er pas in 1903, betaald uit een collecte onder de parochies van de stad Utrecht, en kon het pas in 1910 worden voltooid.

HUA_80949_v4

Michaël Maarschalkerweerd en een pastoor voor het grote orgel omstreeks 1910. Foto: Het Utrechts Archief

Verder informatie over het grote Maarschalkerweerd-orgel van 1903 treft u aan op www.paulhoudijk.nl.

www.maarschalkerweerd.info

Maarschalkerweerd & Zoon Facebook-pagina

Michaël Maarschalkerweerd: bevlogen klankkunstenaar

Tekst programmaboekje openingsconcert ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’ St. Catharinakathedraal te Utrecht, 27 februari 2015 – Philip van den Berg, initiator en voorzitter Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015.

175 jaar geleden werd in Utrecht een orgelmakerij opgericht die ongeveer 25 jaar later de naam kreeg welke thans nog tot de verbeelding spreekt: Maarschalkerweerd & Zoon. En daarmee zijn we meteen aanbeland bij wat de orgelbouw van met name Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915) zo bijzonder maakt: de verbeelding. Nemen de geschiedenis van deze begaafde Utrechter en van z’n orgelmakerij ons al mee naar de romantiek van de 19e eeuw, het zijn vooral z’n orgels die de bespeler, de kerkzanger en de toehoorder in een wereld van harmonie, schoonheid en inspiratie doen treden, ergens ‘tussen hemel en aarde’

Michaël Maarschalkerweerd

Michaël Maarschalkerweerd op middelbare leeftijd, mogelijk in 1890 toen de orgelfirma 50 jaar bestond Foto: Museum Catharijneconvent

Vandaag openen we officieel het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015. We memoreren dat exact 100 jaar geleden Michaël Maarschalkerweerd na een buitengewoon productief en bewogen leven door z’n Schepper tot z’n rust werd geroepen. Uit de in de vakpers  overgeleverde betuigingen van medeleven rond zijn sterven blijkt dat hij buitengewoon gewaardeerd werd door vakgenoten, musici van uiteenlopende denominaties, geestelijken en klanten. Voor een uitgebreid overzicht van het leven en werken van Michaël Maarschalkerweerd verwijs ik naar de publicatie ‘Maarschalkerweerd & Zoon, in kerkorgels’ van Paul Houdijk, beschikbaar op www.paulhoudijk.nl.

Michaël Maarschalkerweerd kon het vak van orgelbouwer onder relatief gunstige omstandigheden uitoefenen: de Nederlandse samenleving bevond zich in zich in rustig vaarwater, de welvaart nam toe en de kunst en de cultuur bloeiden op. Daarbij zorgden de wederopbouw van de Nederlandse Room Katholieke kerk en de daarmee gepaarde gaande heroriëntatie op de gotiek en het gregoriaans voor een ongekende stimulans van de kerkbouw, de kerkmuziek en de orgelbouw. En ook het onstaan van verschillende nieuwe protestante kerkdenominaties rond de eeuwwisseling heeft de firma Maarschalkerweerd & Zoon meerdere opdrachten opgeleverd.

Daarmee raken we een belangrijk kenmerk van de Michaël Maarschalkerweerd: z’n orgelbouw was waar katholiek, allesomvattend (dus nog meer dan ‘oecumenisch’). Of de bestemming nu een kleine kloosterkapel, een protestant bedehuis, een rooms-katholieke parochiekerk, een kathedraal of een concertzaal betreft, z’n orgels werden op maat gemaakt voor hun taak en blinken uit door soevereine klankschoonheid.

Michaël Maarschalkerweerd ontwikkelde vanuit het Hollandse klassieke orgel van z’n vader Pieter Maarschalkerweerd met buitenlandse invloeden en de laatste technologische ontwikkeling een orgeltype dat vele vaderlandse orgelmakers tot voorbeeld heeft gediend: het Moderne Nederlandse Orgel. Daarbij onderscheidde hij twee concepten: het eerste met een zacht tweede of derde positief, al dan niet in een echokast, en het tweede met een krachtig récit in een crescendokast. Voor verdere informatie over deze concepten zie www.maarschalkerweerd.info.

Drie belangrijke aspecten maken Michaël Maarschalkerweerd als orgelbouwer onderscheidend. Hij beheerste het samenspel van ambacht, techniek, kunst en esthetiek als geen ander en blonk in ieder van deze elementen uit. Daarbij wist hij z’n disposities, mensuren en intonatie tot een vrijwel perfecte eenheid te smeden die zijn orgels een hoogstaande, harmonische, warme, rustgevende, indrukwekkende klank geven. Tevens was hij een gelovig man en een actief kerkmusicus als koorzanger en organist hier in de kathedraal. Zodoende wist hij precies welke eisen de eredienst aan de orgelbouw stelde en moet hij daardoor ook zijn geïnspireerd. Tenslotte stond hij altijd open voor invloeden en adviezen van derden, waardoor hij z’n orgeltype bleef ontwikkelen: ook in het laatste decennium in zijn actieve loopbaan als orgelbouwer voegde hij nieuwe elementen aan zijn concept 1 toe, zoals zuid-duitse houten fluiten en tertsmixturen. Zo komt Michaël Maarschalkerweerd op ons over als bevlogen klankkunstenaar in dienst van de kunst en de kerk.

Dankzij de herwaardering van Maarschalkerweerd-orgels vanaf de jaren 1980 onder impuls van Paul Houdijk en later ook door Jos Laus volgden er vele geslaagde orgelrestauraties. Mede doordat Michaël Maarschalkerweerd zijn instrumenten zeer degelijk bouwde, zijn er relatief veel in al dan niet oorspronkelijke opzet bewaard gebleven. Vanavond gaat u één van z’n mooiste instrumenten horen, als solo- en als begeleidingsinstrument. En ook al is in de loop van jaren de klank iets getemperd, u hoort in dit instrument de verheffende en verheven schoonheid van het volledige klankenpalet uit het atelier van Michaël Maarschalkerweerd. U gaat labialen en tongwerken horen, principalen, fluiten en strijkers alsmede trompetten, bazuin, hobo en klarinet van Nederlandse, Franse en Duitse herkomst. Dit alles heeft de bouwer tot een inspirerende eenheid weten te smeden: het is geen Franse noch Duitse klank, het is de klank van Michaël Maarschalkerweerd tussen ‘hemel en aarde’.

Vandaag is het honderd jaar geleden dat Michaël Maarschalkerweerd is overleden.  Dit gedenken we niet alleen, maar vieren we ook met het ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’ of kort, het ‘Maarschalkerweerdjaar 2015’, waarin zeker 150 concerten, bespelingen, excursies en lezingen staan gepland, alsmede een tentoonstelling en een symposium.  Vanavond gedenken en vieren we Michaël Maarschalkerweerd met het openingsconcert van ‘zijn’ jaar in ‘zijn’ kathedraal. En met de onthulling van een gedenkplaat, welke binnenkort op de binnenplaats van het Museum Catharijneconvent zal worden aangebracht, waar zich de ingang van het atelier van de firma Maarschalkerweerd & Zoon bevond.

Voor de totstandkoming van dit concert en de overige activiteiten van de Stichting ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’ zijn we bijzondere dank verschuldigd aan de St. Catherinakathedraal, het Museum Catharijneconvent, de vanavond meewerkende musici en vrijwilligers, de leden van het comité van aanbeveling alsmede onze sponsoren het Prins Bernhardcultuur fonds / Drs. Henri Roovers Fonds, het Mondriaanfonds, het kfHeinfonds, de Meindersma-Sybenga Stichting, de Orde van Malta Associatie Nederland, de Nicolaïkerk Utrecht, Adema’s Kerkorgelbouw, Elbertse Orgelmakers, Flentrop Orgelbouw, Johannus Orgelbouw, Orgelmakerij Steendam, Verschueren Orgelbouw en Van Vulpen Orgelbouw. En persoonlijk wil ik mijn dank uitspreken aan een zevental personen die mij, soms al vanaf m’n studententijd, hebben aangemoedigd en gesteund het spoor van Michaël Maarschalkerweerd te volgen: Paul Houdijk, Cintha de Vreede, Ton Mulder, Gerco Schaap, Hans Elbertse, Jos Laus en Bart van Buitenen.

www.maarschalkerweerd.info

Maarschalkerweerd & Zoon Facebook-pagina

Dé klank tussen hemel en aarde

Welkomswoord Openingsconcert ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’ St. Catharinakathedraal te Utrecht, 27 februari 2015 – Philip van den Berg, initiator en voorzitter Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015.

Goedenavond en van harte welkom namens het bestuur van de Stichting Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015. Wij danken bestuur, koster en medewerkers van de Catharinakathedraal voor hun gastvrijheid, het directie en medewerkers van het Museum Catharijneconvent voor haar ondersteuning, onze overige sponsoren die u terugvindt in het programmaboekje en vooral de musici die vanavond onvergetelijk zullen maken.

Éen daarvan, Paul Houdijk, liep ik eind jaren ’80 hier in deze kathedraal tegen het lijf, kort na het afronden van z’n doctoraalscriptie Muziekwetenschappen over ‘Maarschalkerweerd & Zoon’. Daaruit is een jarenlange vruchtbare dialoog over het geheim van vooral ‘Zoon’ Michaël Maarschalkerweerd ontstaan, waarbij enige lessen op het kathedraalorgel en Pauls gelijknamige publicatie uit 2008 voor nieuwe impulsen zorgde. Zo is in de loop van 2011 bij mij het idee voor het herdenkingsjaar onstaan. Eind 2013 hebben we de koppen bij elkaar gestoken en sind midden vorig jaar is er de Stichting Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 met Paul Houdijk, Ton Mulder, Cintha de Vreede en mijzelf. Onder onze slogan, ‘dé klank tussen hemel en aarde’ zullen er dit jaar tijdens de Muziektour meer dan 150 concerten en andere orgelevenementen worden georganiseerd alsmede een tentoonstelling en een symposium, waarover u in het programmaboekje, de muziektour en op onze website www.maarschalkerweerd.info meer kunt lezen. En hoewel er dit jaar al meerdere concerten hebben plaatsgevonden, onder meer in Zaltbommel, Zwolle en Amsterdam, openen we vandaag officiëel het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015.

Vandaag precies een eeuw geleden, de Eerste Wereldoorlog was in volle gang, werden in het pand Zuilenstraat 14, dat grenst aan de binnenplaats van het huidige Museum Catherijneconvent, twee rouwberichten geschreven. Eén namens de familie door de weduwe mevr. M.E. Maarschalkerweerd-Disselhof en één namens het personeel van de firma Maarschalkerweerd & Zoon door C.H. van Brussel.  Na een ziekbed van twee jaar was eerder die dag Michaël Maarschalkerweerd op 76-jarige leeftijd komen te overlijden. Enige dagen later vond hier in zijn geliefde kathedraal onder grote publiek belangstelling en begeleid door gregoriaanse requiemzang van ‘zijn’ St. Gregorius Magnus’ koor van de uitvaart plaats. Na een plechtigheid in de kapel van de St. Barabarabegraafplaats werd hij daar bijgezet.

Uit de vele rouwbetuidingen die in de vakbladen volgden blijkt dat Michaël Maarschalkerweerd bijzondere waardering genoot als orgelbouwer, mede-vernieuwer van de kerkmuziek, en als mens. Wat hem als orgelbouwer zo bijzonder en geliefd bij zowel roomse katholieke als protestante en seculiere klanten maakte, is dat hij uitblonk in alle relevante apsecten van het vak:

  • Degelijkheid – Hij bouwde of verbouwde met z’n vader meer dan 200 orgels waarvan er rond de 125 vandaag nog bestaan. Bij mijn weten bestaan van zeven[i] uit de stad Utrecht verdwenen MM orgels er nog zes.
  • Netwerken – hij was redactielid van Het Orgel, lid van het RK Orgelbouwersconsortium, lid van het St. Bernulphusgilde, lid van kunstkring De Violier en stond op goede voet met tal van prominente en invloedrijke organisten, adviseurs, architecten, kunstenaars en geestelijken.
  • Openheid – Hij stond open voor raad van alle kanten en reisde door Europa om nieuwe klanken en technieken te beproeven en in zijn orgelconcept op te nemen; zo bleeft hij tot op het laatst z’n klankbeeld ontwikkelen en vernieuwen.
  • Harmonische klank – Opvallend zijn de harmonische warme klank, van zacht en poetisch tot krachtig en breed maar nooit overheersend, de doordachte opzet van ieder orgel, de evenwichtige kastontwerpen. Michaël Maarschalkerweerd was begaafd met buitengewone muzikale en vaktechnische talenten. Hij bezat iets bijzonders, wat andere orgelbouwers minder hadden: met z’n mensuren en intonatie wist hij een volkomen klank te creeëren die ook vandaag nog bij de toehoorders gevoelens van harmonie, schoonheid, eerbied en vreugde oproept.
  • Religieus besef – Als organist en koorzanger in deze kathedraal en als pleitbezorger van de verbetering van de kerkmuziek bezat hij een goed besef wat de vereisten aan een orgel waren voor een waardige eredienst in kerken van uiteenlopende denominatie.

Als Utrechts stadsparochiaan heeft Michaël Maarschalkerweerd de verrijking van het interieur van deze kathedraal op de voet kunnen volgen en was hij hier nauw bij betrokken. [… 1860-1903 uitbreiding, 1871 doxaal/jubée dat zich thans achter in de kerk bevindt, 1874 kleine jubéé-orgel, onlangs door mij teruggevonden, beschilderingen; organist jubée-orgel ‘tussen hemel en aarde’; hopelijk keren jubée en orgel ooit op hun plaats terug].

Vanochtend tijden het ‘Onze Vader’ moest ik ongewild aan de klank van Michaël Maarschalkerweerd denken. Bij het ‘U wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde’ passen de zachte, rijke, hemelse klanken die u ook vanavond zult horen. Bij het ‘want van u is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkhied in der eeuwigheid. Amen’ het brede, ontroerende, triomfantelijke volle werk. Zo brengt zijn orgelklank ons tussen hemel en aarde.

Vanavond en dit jaar gedenken èn vieren wij Michaël Maarschalkerweerd, wiens orgelklank veelzijdiger is dan ooit en ook in moderne als dan niet mainstream kerkmuziek uitstekend past. Mag dit concert u cultureel, emotioneel en geestelijk inspireren en dit jaar u aanmoedigen zo veel mogelijk concerten en andere evenementen rond Maarschalkerweerd-orgels te bezoeken, te organiseren en te promoten.

Graag sluit ik af met de woorden van de meester zelf aan het slot van z’n artikel uit 1887/1888 in ‘Het Orgel’ over ‘De geluiden van het Orgel en hunne zamenvoeging’: “Moge het voorgaande [en ook deze avond en dit jaar] voor vele organisten [koorzangers en toehoorders]  eene opwekking wezen, om het [Maaschalkerweerd-]orgel steeds beter te bestuderen, tot bevordering van den luister onzer Heilige Godsdienst, en aldus ook tot meerdere eer en glorie van God, Bron van alle kunsten en wetenschappen, Geven van alle talenten’. Hiermee is het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 officiëel geopend.

Fotos: © Jan Albert Wiebenga

[i] Dominicuskerk, Andreaskapel, Johannes de Deokapel, Martinuskerk , Catharinakathedraal jubée, Hieronymushuis, Begijnenkerk

www.maarschalkerweerd.info

Maarschalkerweerd & Zoon Facebook-pagina