Het Atelier van Michaël Maarschalkerweerd

[Philip van den Berg] Op 27 februari, de 100-ste sterfdag van de orgelmaker Michaël Maarschalkerweerd, werd voor het openingsconcert van het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 in de St. Catharinakathedraal een gedenkbord onthuld voor de binnenplaats van het Museum Catharijneconvent. Daar bevond zich vanaf 1882 de ingang van het atelier van de firma Maarschalkerweerd & Zoon. De tekst en de foto’s op dit herdenkingsbord zijn afgeleid van onderstaand artikel dat ik op 28 juli (eerste versie) en 10 November 2014 (gecorrigeerde versie) aan genoemd museum heb  toegestuurd ter ondersteuning van de aanvraag een herdenkingsbord te plaatsen, waaraan de museummedewerkers Douwe Wigersma en Pia Verhoeven vervolgens op voortreffelijke wijze invulling hebben gegeven. De onthulling vond plaats door Mariek van Schijndel, directrice van het Mueum Catharijneconvent, Mgr. Herman Woorts, hulpbisschop van Utrecht en plebaan van de St. Catharinakathdraal en het voltallige bestuur van de Stichting Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 bestaande uit Paul Houdijk, Cintha de Vreede, Ton Mulder en de auteur van dit artikel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA

afbeelding 1 & 2: de onthulling van het gedenkbord op 27 februari 2015
foto’s: Jan Albert Wiebenga

Het Atelier van Michaël Maarschalkerweerd – Een informatiebord waard
Philip van den Berg (voorzitter Stichting ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’), 10 november 2014

Geschiedenis

Vanaf haar oprichting in 1869 is Michaël Maarschalkerweerd (1838-1915) dé orgelmaker van het St. Bernulphusgilde, een kunstenaarscollectief dat de bouwstijl van ‘de Utrechtse School in de neogotiek’ voorstond en in Utrecht en daarbuiten vele kerken bouwde en inrichtte. Volgens Paul Houdijk[i] vestigt Maarschalkerweerd zich na z’n huwelijk met Elisabeth van Groeningen op 5 oktober 1875, in het statige pand aan de Zuilenstraat 14, ook aangeduid met Wijk A, perceel 579, te Utrecht. Hiermee bevindt hij zich midden in het beslissingscentrum van de Rooms Katholieke Nederlandse kerkprovincie. Hij verneemt vroegtijdig waar nieuwe kerken en kapellen komen en waar dus nieuwe orgels nodig zijn of bestaande instrumenten moeten worden omgebouwd. In 1872 levert hij een fraai orgel voor de St. Dominicuskerk aan de Mariaplaats te Utrecht dat allom geroemd wordt en een eerste doorbraak betekent. De zaken lopen zo voorspoedig, dat hij in 1882 de orgelmakerij van ‘Maarschalkerweerd & Zoon’ van de oude werkplaats op ‘t Hoogt naar een nieuw onderkomen kan verhuizen. In de de achtertuin van Zuilenstraat 14, juist op de grens met het huidige Catharijneconvent verrijst een nieuwe atelier dat op een kapel lijkt. Op een luchtfoto uit 1966 in bezit van het Utrechts archief is het tussen het pand Zuilenstraat 14 en het koor van de St. Catharinakathedraal duidelijk zichtbaar. Het is in dit atelier dat Michäel Maarschalkerweerd z’n orgelmakerij uitbouwt tot de grootste en meest toonaangevende van Nederland. In de decennia die volgen vervaardigt hij er met zijn werknemers meer dan 100 instrumenten voor kathedralen, stads- en dorpskerken, kloosters, concertzalen en particulieren. Vanwege ziekte stelt hij in 1913 z’n meesterknecht Cornelis Hermanus van Brussel (1861-1935) aan tot medevennoot. Deze verhuist met z’n gezin mogelijk in hetzelfde jaar al naar het pand Zuilenstraat 14 en blijft daar na de dood van Michaël Maarschalkerweerd in 1915 wonen. In 1921 neemt de gemeente Utrecht het pand inclusief het orgelatelier over en wordt er een stadskantoor gevestigt. Waar de verdere lotgevallen van het woonhuis bekend zijn, weten we relatief weinig over het atelier na 1921. Eind jaren ’60 blijkt het in gebruik als opslag en werkplaats voor het Aartbisschoppelijk Museum in het voormalige St. Catherijneklooster. Ooggetuigen melden dat zich in het ronde venster boven in de voorgevel een davidster bevond en dat het gebouw in de omgeving mogelijk daarom bekend stond als ‘de Synagoge’. Onderzoek naar de oorsprong van deze naam heeft nog niets opgeleverd.

Locatie en omvang

Uit tekeningen en foto’s, die ik de afgelopen jaren heb weten te achterhalen, blijkt dat de voorgevel van het atelier op het huidige terrein van het Catharijneconvent was gesitueerd en wel ter hoogte van de voorgevel van het timmermanshuisje en pal daar tegen aan. Het grootste deel van het atelier stond echter in de achtertuin van Zuilenstraat 14, op ongeveer 15 meter afstand van het woonhuis, zodat Michäel Maarschalkerweerd snel ter plekke kon zijn. Op een bestektekening uit 1952 voor de ombouw van het pand Zuilenstraat 14 is de omtrek van het voormalige atelier duidelijk weergegeven (zie afbeelding 3). Met behulp hiervan kunnen de externe maten worden afgeleid tot 7 1/2 meter breed bij 9 1/2 meter diep. Op grond van andere tekeningen en foto’s kan de hoogte worden geschat op zeker 8 meter. In 1974, de ombouw van het voormalige St. Catharinaklooster-complex is in volle gang, wordt een dia gemaakt die de positie van het atelier duidelijk weergeeft (zie afbeelding 4). Het pand lijkt in redelijke staat, hoewel de vensters zijn dichtgemetseld. Links is het timmermanshuisje zichtbaar, rechts twee doorgangsdeuren, een smalle naar de achterzijde van het atelier en een brede naar de achtertuin van Zuilenstraat 14. Boven de smalle deur stond oorspronkelijk ‘Maarschalkerweerd & Zoon’ geschreven, boven de ingang van het atelier ‘KERKORGELS’. Kort hierna is pand roemloos ten onder gegaan. Schijnbaar onbewust van haar cultuurhistorische waarde heeft men het afgebroken en herinnert momenteel niets meer aan bijna 40 jaar orgelbouwers ‘Maarschalkerweerd & Zoon’. Genoemde teksten zijn zichtbaar op de bekende foto van Michaël Maarschalkerweerd en personeel die rond 1900 moet zijn gemaakt. Met een recent ter plekke gemaakte foto bleek de locatie van deze groepsopname eenvoudig te reconstrueren. (Zie fotomontage van afbeelding 5)

MaarschalkerweerdAtelier02afbeelding 3 – plattegrond uit 1952 van het pand Zuilenstraat 14 met in de tuin het als ‘kapel’ aangeduide voormalige atelier van de firma Maarschalkerweerd & Zoon
foto: Het Utrechts Archief

In het atelier

In 1891 vestigt Michaël Maarschalkerweerd met z’n grootste instrument in het Concertgebouw te Amsterdam definitief z’n naam als Nederlands eerste, boven de kerkelijke denominaties verheven, orgelmaker. Bouwt hij tot dan toe hoofdzakelijk voor rooms-katholieke opdrachtgevers, spoedig volgen belangrijke opdrachten van protestante klanten voor zowel nieuwbouw als restauratie. Zo mocht de firma ‘Maarschalkerweerd & Zoon’ de instrumenten van de St. Bavokerk in Haarlem, de Nieuwe Kerk te Amsterdam en de Eusebiuskerk te Arnhem reviseren. Het atelier van Michaël Maarschalkerweerd staat altijd open voor klanten, adviseurs en betrokkenen. We lezen in de orgelbladen van die tijd over bezoeken van onder meer Cornelis Immig jr, Jos Verheijen en de Utrechtse organist Willem Petri. Zij zien dat ook grote orgels geheel konden worden opgesteld in de hoge ruimte. Belangrijke instrumenten die het atelier achter de Zuilenstraat 14 verlaten gaan onder meer naar de de Cyriacus & Franciscuskerk te Hoorn (1883), de Allerheiligst Hartkerk te Rotterdam (1884), de Franciscus van Assisikerk te Oudewater (1887), de Dominicuskerk te Nijmegen (1888), de Martinuskerk te Doesburg (1889), de Petrus & Pauluskathedraal te Paramaribo (1890), de Johannes de Doperkerk te Oosterhout (1890), de Martinuskerk te Sneek (1891), het Concertgebouw te Amsterdam (1891), de Maria van Jessekerk te Delft (1893), de O.L.V. kerk de ‘Peperbus’ te Zwolle (1896), de Anthoniuskerk te Rotterdam (1898), de NH Augustijnenkerk te Dordrecht (1899), de Lambertuskerk te Rotterdam (1900), de Martinuskathedraal te Groningen (1900), de Jacobuskerk te ‘s-Hertogenbosch (1900), de Evangelisch-Lutherse kerk te Zaandam (1900), de Catharinakathedraal te Utrecht (1903), de Remonstrantse kerk te Utrecht (1905), de Augustijnenkerk te Eindhoven (1906), de Jozefkathedraal te Groningen (1906), de St. Pancratiuskerk te ‘s-Heerenberg, de Nicolaaskerk te IJsselstein (1908) en de St. Plechelmusbasiliek te Oldenzaal (1909).

MaarschalkerweerdAtelier03

afbeelding 4 – opname uit 1974 van het voormalige atelier van de firma Maarschalkerweerd & Zoon vlak voor de afbraak van het karakteristieke gebouw
Foto: Aartbisschoppelijk Museum, verkregen via Casper Staal

Een gedenkteken

Het orgelconcept van Michaël Maarschalkerweerd wordt ook wel aangeduid met ‘Het moderne Nederlandse orgel’[ii]. Dit heeft tot aan de Tweede Wereldoorlog navolging gevonden bij het meerendeel van de vaderlandse orgelmakers en is daarmee bepalend geweest voor de Nederlandse orgelbouw tussen 1870 en 1940. Het is inmiddels de algemene overtuiging in de orgelwereld, dat het oeuvre van Michaël Maarschalkerweerd zich duidelijk onderscheidt van z’n tijdgenoten. Opvallend zijn de harmonische warme klank, de doordachte opzet, de degelijke constructie en de evenwichtige kastontwerpen, waardoor er grote muzikale en cultuurhistorische waarde aan kan worden toegekend. Waar de naam ‘werkplaats’ de nadruk legt op produktie, en de rond 1900 graag gebezigde term ‘orgelfabriek’ thans een verkeerde indruk geeft van de toenmalige handmatige orgelbouw, is de term ‘atelier’ het meest toepasselijk voor de ruimte waarin van Michaël Maarschalkerweerd zijn orgelbouw ‘bedreef’. Ze verwijst naar het scheppen van kunst en naar grote creativiteit, iets wat deze Utrechts orgelbouwer zeker niet onzegd kan worden. Hij bezat iets bijzonders, wat andere orgelbouwers niet hadden: met z’n mensuren en intonatie wist hij een volkomen klank te creeëren die ook vandaag nog bij de toehoorders gevoelens van harmonie, schoonheid, eerbied en vreugde oproept. Daarom is het, helaas net voor de herwaardering van de romantische orgelkunst, afgebroken atelier van grote cultuurhistorische betekenis. Had het overleefd, was het vandaag een toegevoegde waarde voor het Catherijneconvent en mogelijk zelfs het tehuis voor een nationaal orgelmuseum geweest. In 2015 is het 100 jaar geleden dat Michaël Maarschalkerweerd na een tweejarig ziekbed afscheid van z’n atelier, z’n orgels, z’n werknemers en z’n geliefde kathedraal moest nemen. De stichting ‘Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015’ acht dit een uitgelezen kans, om Nederland te herinneren aan het scheppend vermogen van deze Utrechter. Waar nu een gat gaapt tussen het voormalige St. Catharinaklooster en het timmermanshuisje, klonken ooit schaven, zagen, hamers en kregen orgelpijpen hun klank onder de aanwijzingen van houtbewerkers, pijpgieters, knechten, leerlingen en van de als voorman meewerkende patroon Michaël Maarschalkerweerd zelf. Om de herinnering hieraan nieuw leven in te blazen, mag een informatiebord op de plek van het atelier niet ontbreken. Ik denk aan de groepsfoto en een beschrijving van de bijdrage die ‘Maarschalkerweerd & Zoon’ aan de Nederlandse orgelkunst hebben geleverd. En wat kan er toepasselijker zijn dan dit te onthullen op 27 februari, de 100-ste sterfdag van Michaël Maarschalkerweerd, in het kader van het openingsconcert van het herdenkingsjaar, dat dan in de kathedraal zal plaatsvinden?

MaarschalkerweerdAtelier04

Afbeelding 5 – Fotomontage van de binnenplaats van het Museum Catharijneconvent met daarin een tekening van het atelier en de bekende personeelsfoto
Foto & fotomontage: Philip van den Berg

[i] Paul Houdijk, Maarschalkerweerd & Zoon – in kerkorgels; Houten; 1 oktober 2008, pag. 16

[ii] Philip van den Berg, Het moderne Nederlandse orgel in Zwolle; in: De Orgelvriend, december 2006

www.maarschalkerweerd.info

Advertisements

Galante klanken in de Gasthuiskapel

1341389586)(mmyVerheyFestival)  IMG_5028

[Philip van den Berg] ‘De laatsten zullen de eersten zijn’; dit Bijbelse gezegde is zeker van toepassing op de Gasthuiskapel in Zaltbommel. Het is de laatste locatie in Nederland waar men een Maarschalkerweerd-orgel in gebruik nam, en wel op 10 september 2014. Het is ook de locatie met het eerste concert op een Maarschalkerweerd-orgel in het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015, en wel op a.s. zaterdag 24 januari om 19.00 uur. De stichting “Muziekkring Bommelerwaard en Omstreken” heeft een concert samengesteld met 17e eeuwse kamermuziek door het Trio La Gallina, bestaande uit Sanna Vos, dulciaan en blokfluit, Elisabeth Opsahl, cornetto en blokfluit en Hugo Bakker, orgel en klavecimbel.

In de Gasthuiskapel kapel bevindt zich een bijzonder Maarschalkerweerd-orgel. De herkomst van het kleine instrument is onbekend en lijkt 18e eeuws. Het binnenwerk is waarschijnlijk in twee etappes door Maarschalkerweerd vervangen, nl. in 1881 en 1893.

De Gooi- en Eemlander van 15 oktober 1881 maakt voor het eerst melding van het orgel: ‘Hilversum – Geref. gemeente alhier, die voor hare Godsdienstoefeningen nog niet van een orgel was voorzien, is dezer dagen in ‘t bezit daarvan gekomen. In de godsdienstoefening van j.l. Donderdag-avond is het feestelijk in gebruik gesteld. Het orgel, door den Heer Maarschalkerweerd te Utrecht, uit eene andere kerk overgebracht, en met goed gevolg hersteld, voldoet, naar wij vernemen, uitmuntend.

Mogelijk stammen uit dit jaar het grootste deel van de klaviatuur, alsmede het gehele regeerwerk, de balgen en de windladen, welke allen thans nog aanwezig zijn.

Het Nieuws van de Dag van 6 januari 1893 doet verslag van een volgende gebeurtenis: ‘Te Hilversum is gisteravond tusschen elf en half twaalf brand ontstaan in de kerk der Christ. Afgescheidene gemeente (thans Geref. kerk A), aan de Havenstraat. Er was dien avond dienst geweest; waarschijnlijk is eene vonk uit een der stoven hier of daar tusschen geraakt en blijven smeulen. De schade is nogal aanzienlijk, daar behalve het verbranden van eenige banken, de preekstoel veel heeft geleden en het orgel beschouwd kan worden geheel weg te zijn. Ook zijn al de ruiten gesprongen. De vrijwillige brandweer was spoedig ter plaatse en het mocht haar gelukken het vuur te beperken. Alles was verzekerd.

Er zijn meerdere aanwijzingen dat bij de brand alleen het oude pijpwerk verloren is gegaan. In het bedrijfsarchief van de firma Maarschalkerweerd & Zoon, waarin de details van de gebouwde orgels en orgeldelen pas vanaf begin jaren ’90 worden bijgehouden, treffen we alleen informatie over het binnen-pijpwerk aan, dat geheel in de eigen pijpmakerij is vervaardigd. Waarschijnlijk heeft Maarschalkerweerd allen het verdwenen oude pijpwerk vervangen met respect voor de oude dispostie en mensuren.

In 1906 wordt het orgel overgeplaatst naar de Gereformeerde Kerk te Vreeland, waar het tot 2010 dienst doet. Daarna heeft het tot 2013 als tijdelijk koororgel gefunctioneerd in de Grote of St. Nicolaaskerk in dezelfde gemeente. Dat jaar koopt de Stichting Exploitatie Gasthuiskapel te Zaltbommel het instrument en wordt het in 2014 door restaurateur Elbertse Orgelmakers geplaatst op een speciaal vervaardig passend balkon.

IMG_3392_v2 IMG_3417_v2 IMG_3389_v2
het orgel in de werkplaats van Elbertse op 1 maart 2014

Het orgel heeft geen pedaal, een manuaalomvang van C-c”’ en de volgende stemmen: Prestant 8 vt vanaf klein c (mogelijk pas in 1881 door Maarschalkerweerd toegevoegd), Holpijp 8 vt, Prestant 4 vt (deels in het front), Fluit 4 vt, Octaaf 2 vt, Quint 1 1/3 vt (discant 2 2/3 vt), Mixtuur II (1 vt basis) en windlosser. Het open pijpwerk tot 1/2 voets lengte heeft expressions (info van de adviseur bij de restauratie Peter van Dijk). Uniek binnen het oeuvre van Michaël Maarschalkerweerd is het ontbreken van een Viola di Gamba 8 vt en de hoogte van de aanwezige vulstemmen. Hieruit blijkt hij de oude dispositie heeft hersteld en het orgel niet van een modern klankbeeld heeft willen voorzien.

Bij het ingebruikname concert op 10 september, waarbij de Gasthuiskapel afgeladen was, bleek het orgel een ware aanwinst voor Zaltbommel: klank en uiterlijk passen als gegoten in de Gasthuiskapel. Dit gebouw uit de 14e eeuw is sinds 2005 een sfeervol podium voor kamermuziek, bijeenkomsten en bruiloften; zo vindt er het jaarlijkse Emmy Verhey Festival plaats en lopen er verschillende concertseries. Na een interessante toelichting op de restauratie door adviseur Peter van Dijk, lieten hij en de virtuose organist Hugo Bakker het uitgebreide klankenpallet van het orgel horen in een gevariëerd programma met grotendeels 18e eeuwse muziek. De klank komt uitstekend tot haar recht in de goede akoestiek van de ruime kapel en doet klassiek aan met de van Maarschalkerweerd bekende mildheid, souvereiniteit, en balans. Kortom een galante klank in een dito kapel.

IMG_4982 IMG_4986 IMG_5009 IMG_5015
het ingebruiknameconcert op 10 september 2014

Als voorproefje voor het concertseizoen in de Gasthuiskapel, waarvan momenteel nog niet alle programmadetails bekend zijn, geef ik de op het ingebruiknameconcert ten gehore gebrachte stukken door Peter van Dijk (nummers 1 t/m 5) en Hugo Bakker (nummers 7 t/m 9, waarvan de eerst twee met Tomasz Plusa, viool)

  1. Conrad Friedrich Hurlebusch (1696-1765) – Ouverture uit Suite in c
  2. Anonymus (uit Beyaardboek Ioannes de Gruijtters, 1745) – Suitte: Menut, Air, Giga
  3. Jospeh Boutmy (1697-1779) – Cinquième Suite: Ceciliana, Allegro
  4. Peter van Anrooy (1879-1954) – 18 variaties op ‘Aan den oever van een snellen vliet’: Thema + 6 variaties (in oude stijlen)
  5. Christian Friedrich Ruppe (1753-1826) – Fuga in D
  6. Antionio Vivaldi / Johann Sebastian Bach (1685-1750) – Concerto D-dur BWV972: Allegro
  7. Carl Philipp Emmanuel Bach (1714-1788) – Sonata g-moll h. 542.5: zonder aanduiding, Adagio, Allegro (met viool)
  8. Joahann Adam Reincken (1643-1722) – Fuge g-moll
  9. Franz Joseph Haydn (1732-1809) – Musik für Flötenuhr: Andante, Menuet, Marche

IMG_5022 IMG_5007 IMG_4994
v.l.n.r. Jos Elbertse (links), de vierde generatie orgelmakers met een medewerker; Hugo Bakker ‘beademt’ Peter van Dijk, en de laatste looft het lofwerk (van orgelbouwer, restaurateur en schilder)

Nieuwsgierig geworden? Kom naar de concerten in de Gasthuiskapel (zie http://www.maarschalkerweerd.info – Muziektour); het orgel, de kapel en de oude binnenstad van Zaltbommel zijn een bezoek meer dan waard.

www.maarschalkerweerd.info

foto’s: Philip van den Berg – mogen met  bronvermelding worden gebruikt
foto Gasthuiskapel: www.emmyverheyfestival.nl

Het geheim van de St. Hildegardiskerk

IMG_5232 IMG_5229

[Philip van den Berg] Rotterdam heeft er een historisch orgel bij, geen instrument van elders overgeplaatst of recent gereconstrueerd, maar een dat zich tot nu toe onterecht in een zekere vergetelheid bevond. Een orgel dat bij een bezoek echter buitengewoon waardevol en interessant blijkt te zijn: dat van de St. Hildegardiskerk in Rotterdam-Noord.

In 1913 plaatst de firma Maarschalkerweerd & Zoon daar een instrument met mechanische sleepladen en een voor deze orgelbouwer afwijkende dispositie. Beide manualen hebben een Bourdon 8 vt en een Flûte harmonique 8 vt, het hoofdwerk kent met de Fagot 8 vt een tweede acht voets tongwerk naast de gebruikelijke Trompet 8 vt, de Gamba 8 vt bevindt zich op het hoofdwerk en de Salicionaal 8 vt op het positief in plaats van omgekeerd, de klavieromvang C-g”’ in combinatie met een pedaalomvang C-d’, het koppel Positief aan Pedaal ontbreekt en slechts acht frontpijpen zijn sprekend. Ook het ontwerp van de rijzige kast komen we bij Maarschalkerweerd niet tegen, maar deze kan buiten het bestek om door een kerkarchitect of beeldhouwer/houtbewerker zijn vervaardigd.

In het bedrijfsarchief van de firma Maarschalkerweerd & Zoon, dat verre van volledig is, wordt het orgel één maal genoemd, namelijk de dispostie met als locatie Rotterdam. In hetzelfde archief geeft Michaël Maarschalkerweerd ook de dispositie het het Pereboom & Leijser orgel in St. Ignatiuskerk te Nijmegen uit 1884. Deze blijkt exact overeen te komen met die van het Rotterdamse instrument. Met potlood voegt hij later twee uitbreidingen toe: een Woudfluit 2 vt op het positief en Tuba 8 vt op het pedaal. Beide disposities worden in 1884 en 1898 bevestigd door het Gregoriusblad. Volgens orgbase.nl is het Pereboom & Leijser orgel in 1944 bij een bombardement verloren gegaan.

Op 27 december mocht ik als gast van tweede organist Ed Catijn de in sneeuw gehulde neogotische St. Hildegardis & Anthoniuskerk betreden, een creatie van Cuypers leerling Evert Margry en dienst zoon Albert Margry, alsmede het orgel bespelen en van buiten en binnen bekijken. Het historische binnenwerk blijkt voor een groot deel behouden te zijn! Het oude pijpwerk zou goed uit de jaren 1880 kunnen zijn, heeft gekraste en met zwarte inkt geschreven opschriften, is van degelijke factuur en staat er goed bij; het houten pijpwerk maakt zelfs een bijna nieuwe indruk, mede doordat het van een roodbuine laag verf is voorzien. De factuur van het labiale metalen pijpwerk lijkt grotendeels Nederlands. De Basson 8 vt blijkt een Krummhorn 8 vt met halve bekerlengte te zijn. Over het algemeen lijken de mensuren een maatje enger dan bij een vergelijkbaar Maarschalkerweerd-orgel.

In 1960 wijzigt Valckx & van Kouteren slechts drie registers en blijven bij de electrificatie van de tractuur de oude sleepladen behouden. Hoewel kostenoverwegingen hierbij waarschijnlijk een grote rol hebben gespeeld, is Valckx & van Kouteren respectvol omgesprongen met het orgel. De dispositiewijzigingen zijn gering en de nieuwe registers passen kwa klank en factuur goed bij het historische pijpwerk. De grootste openbaring is echter de klank, die als romantisch, evenwichtig en mild kan worden omschreven. De tongwerken klinken wat klassieker en zijn krachtig maar niet zeer dominant.

IMG_5211  IMG_5197  IMG_5173

linker foto: de achter de orgelkast opgestelde pedaallade met v.l.n.r. de Subbas 16 vt, de Octaaf 8 vt, de de Baarpijp 8 vt en de Bombarde 16 vt; linksonder zijn de oude slepen goed herkenbaar; rechts op de foto de twee vierkante magazijnbalgen
middelste foto: de C-lade van het hoofdwerk met onderaan beide tongwerken en boven de opgebankte Cornet V
rechter foto: het positief met links de discant en in het midden de bas van de Salicionaal 8 vt, rechts daarvan de Bourdon 8 vt, de roergedekte Fluit 4 vt en de ‘Basson’ 8 vt genoemde Krummhorn 8 Fs, links tegen de zijwand de enge open pijpen van de Flûte harmonique 8 vt en tegen de achterwand enige houten pijpen van de Bourdon 8 vt

Hiermee is het geheim van de St. Hildegardiskerk omschreven en is de vraag over de herkomst van het orgel nog prikkelender geworden. Wie helpt het oplossen? Heeft de Petrus Canisiuskerk, welke in 1898 de Jezuïetenkerk van de Heilige Ignatius van Loyola verving en waarin Maarschalkerweerd het oude orgel overplaatste, rond 1912 een nieuw orgel gekregen? Of bestond er een kwa dispositie ‘ééneiige orgel-tweeling’? En wat is de rol van de firma Maarschalkerweerd & Zoon geweest; alleen de overplaatsing, of heeft er ook een herintonatie plaatsgevonden, en is er nog pijpwerk gewijzigd?

Wel staat het vast dat het Rotterdamse culturele erfgoed door de firma Maarschalkerweerd & Zoon met een buitengewoon en uniek historisch romantisch orgel is verrijkt. Het is een instrument dat een veelzijdige dispostie heeft voor zowel franse als duitse klassieke, romantische en moderne muziek, terwijl het ook in de liturgie uitstekend voldoet. Kortom, een orgel dat gezien en gehoord mag worden, wat in de regelmatige missen kan, terwijl er voor 2015 een orgelconcert is gepland, zie de concertagenda op www.maarschalkerweerd.info – Muziektour.

Vast staat ook dat het orgel een dusdanige historische waarde vertegenwoordigt, dat naast een technische revisie het herstel van de oorspronkelijke dispositie op korte termijn zowel verantwoord als noodzakelijk is. En op lange termijn is het herstel van de mechanische speeltafel en traktuur naar de laden een interessante optie.

Tenslotte nog de dispositie van het Rotterdamse orgel en z’n Nijmeegse tegenhanger:

Pedaal C-d’ (1960: C-f’): Contrabas 16 vt, Subbas 16 vt, Octaaf 8 vt, Violoncel 8 vt (1960 Baarpijp 8 vt), Bombarde 16 vt

Hoofdwerk C-g”’: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Bourdon 8 vt, Flûte harmonique 8 vt, Viola di Gamba 8 vt (1960: Gedekte Fluit 4 vt), Prestant 4 vt, Octaaf 2 vt, Mixtuur, Cornet V, Trompet 8 vt, Fagot 8 vt

Positief C-g”’ (in crescendokast): Dulciana (lab.) 8 vt, Bourdon 8 vt, Flûte harmonique 8 vt, Salicionaal 8 vt, Fluit 4 vt, Basson (Hobo) 8 vt, Vox humana 8 vt (1960: Ruispijp II 3 vt+2vt)

Kopp. Pedaal + Hoofdwerk, Hoofdwerk + Positief; tremulant Positief

Fraaie foto’s die Piet Bron van het orgelexterieur maakte zijn te vinden op zijn orgbase.nl. Een beschrijving van het mooie kerkgebouw met dito foto’s is op reliwiki gepubliceerd.

 

www.maarschalkerweerd.info

foto’s: Philip van den Berg – mogen met  bronvermelding worden gebruikt

Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 – informatiebijeenkomst Zwolle/Rotterdam 29 november 2014

IMG_5114 IMG_5089 IMG_5091

[Philip van den Berg] Op zaterdag 29 november kwamen vertegenwoordigers van verschillende kerken met Maarschalkerweerd-orgels bij elkaar voor een informatiebijeenkomst over het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 en het organiseren van orgelconcerten en evenementen rond hun orgel. In twee identieke sessie, ‘s ochtends in de O.L.V. Kerk te Zwolle en ‘s middags in de Lambertuskerk te Rotterdam (foto) presenteerde Philip van den Berg de doelstelling, opzet en vorderingen van het Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 en gaf marketing-communicatiespecialist Cintha de Vrede een uitgebreide instructie, hoe zo effectief mogelijk een concert op te zetten. Deze bestond uit een overzicht van mogelijke evenementvormen (orgelconcert, koorconcert, excursie, etc.), tips hoe en wanneer de pers en sponsors te benaderen, een to-do-list, een volledig draaiboek, en een online mediaoverzicht. Daarbij legde zij de nadruk op een tijdige en volledige planning (zie de twee rechter foto’s; haar presentatie is op aanvraag beschikbaar). Tussen de bedrijven door werden beide fraaie orgels uitbreid gedemonsteerd, waarover hieronder meer.

IMG_5102 IMG_5101 IMG_5107

Onder het toeziend oog van Gerard Keilholtz demonstreerde Gijs van Schoonhoven ‘s ochtends als een waar schilder het uitgebreide klankenpallet van het Maarschalkerweerd-orgel (1896) in de O.L.V. basiliek te Zwolle met een uitgebreide improvisatie over het in de Adventstijd zo passende ‘Nun komm der Heiden Heiland’.

IMG_5122 IMG_5118 IMG_5127

‘s Middags was het de beurt aan Erik Koevoets die met werken van Vièrne, Demessieux, Bach, Widor, en Franck de enorme veelzijdigheid en poëtische zeggingskracht van het Maarschalkerweerd-orgel (1900) in de aan St. Lambertus gewijde parochiekerk te Rotterdam-Kralingen magistraal tot uitdrukking bracht.

still_29Nov_b_04 still_29Nov_b_05b still_29Nov_b_09

Enige videostills van het mooie plafond en de blik op het altaar van de St. Lambertuskerk.

www.maarschalkerweerd.info

foto’s: Philip van den Berg – mogen met  bronvermelding worden gebruikt

Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 – persbijeenkomst Amsterdam 28 november 2014

[Philip van den Berg] Aan de Keizersgracht 220 te Amsterdam bevindt zich naar verluidt de oudste neogotische kerk van Nederland, in 1852-1854 naar een ontwerp van Theo Molkenboer gebouwd voor de paters Redemptoristen en gewijd aan Onze Lieve Vrouwe. Op de bovenste galerij achter de kerkruimte vinden we het Rettlar-Maarschalkerweerd-orgel (1863), in 1886 gerestaureerd en gewijzigd door Maarschalkerweerd & Zoon en in 1903 door dezelfde orgelmaker gepneumatiseerd, gesplitst en uitgebreid.

IMG_5034 IMG_5045 IMG_5052

In het Ontmoetingscentrum naast de kerk vond 28 november 2014 een enerverende persbijeenkomst plaats georganiseerd door de Stichting Michaël Maarschalkerweerd Herdenkingsjaar 2015 met vertegenwoordigers van de landelijke orgelmedia. Philip van den Berg en Cintha de Vreede presenteerden eerst de vorderingen van het project en de marketing-communicatie-activiteiten, waarna in een werksessie verdere ideeën werden uitgewerkt en afspraken tot samenwerking werden gemaakt.

IMG_5062_v2

Tussen beide sessies door en onder de plechtige mis na afloop liet de vaste organist Erik-Jan Eradus het orgel op indrukwekkende wijze horen met werken van Guillain, Dubois, Guilmant en laat-romantische improvisaties. Vooral de laatste laatste categorie maakt grote indruk: het voorspel met de grondstemmen bevatte Vièrne-achtige elementen en een breed maar ingehouden crescendo en decrescendo, in het Offertorium hoorden we het hele fluitenpalet met Duruflé-achtige cadenzen en een achtvoets thema in de bas en het uitbreide Communio veel Voix célèstes paste geheel in de sfeer van het fraaie kerkgebouw en de mis. Het welkomswoord van de pastor over de bijeenkomst ten behoeve van het Michaël Maarschakerweerd Herdenkingsjaar 2015, alsmede z’n preek over het gebruiken van onze zintuigen, met name het gehoor, om zo de Schepper te eren en dichter tot Hem te naderen, completeerden het geheel. Ondestaande videostills geven een bijzondere indruk van een bijzondere kerk.

still_28Nov_01 still_28Nov_02 still_28Nov_09 still_28Nov_04 still_28Nov_13 still_28Nov_08 still_28Nov_06

foto’s: Philip van den Berg – mogen met  bronvermelding worden gebruikt

www.maarschalkerweerd.info